Aandeel hernieuwbare energie gelijk gebleven

Het aandeel hernieuwbare energie in Nederland is het afgelopen jaar gelijk gebleven op een niveau van 4,5 procent van het totale energieverbruik.

Dit meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag. In 2012 lag het niveau ook al op 4,5 procent.
In 2020 wil het kabinet aan de Europese norm van 14 procent duurzame energie voldoen. Voor 2023 geldt een doelstelling van 16 procent, zo is afgesproken in het energieakkoord.

Er werd minder elektriciteit uit hernieuwbare bronnen geproduceerd in Nederland. Het gebruik van hernieuwbare warmte nam juist toe onder andere doordat afvalverbrandingsinstallaties meer warmte opwekten.
De installaties leverden niet alleen meer stoom aan naburige industrie, maar ook meer warm water voor stadsverwarming, zoals in Rotterdam.

Bodemenergie
Relatief het sterkst groeide het verbruik van warmte uit bodemenergie: met een kwart. Er werd vooral meer gebruik gemaakt van diepe bodemenergie door glastuinbouwbedrijven voor het verwarmen van kassen.
De productie van stroom uit groene bronnen daalde doordat er minder biobrandstoffen werden meegestookt in elektriciteitscentrales. Het verbruik van windenergie nam juist toe door het bijplaatsen van nieuwe windmolens. Deze toename was echter niet genoeg om de daling van het meestoken te compenseren.